Horeca medewerkster kijkt op een iPad achter de bar | Vattenfall energiebespaartips voor in de horeca

Energiebespaartips voor in de horeca

Als je een hotel, restaurant of café hebt, dan kun je energie besparen met de bespaartips van onze energieadviseurs. Op deze pagina lees je welke tips dat zijn.

Bespaartips voor een duurzame horecaonderneming.

Onze energieadviseurs komen bij veel horecaondernemingen over de vloer. Hun kleine bespaarmaatregelen hebben betrekking op de keuken, de verlichting, de entree en het gebruik van de airco. Zo maak je een mooie start met het verduurzamen van je onderneming.

We beginnen bij de keuken, een van de ruimten waar je de meeste energie gebruikt. Logisch, want je warmt er veel op en koelt er veel af.

1. Controleer de rubbers van de koeling.

Voor een goede constante temperatuur regulering en voorkomen van overmatige ijsvorming is het belangrijk dat de rubbers aan de deuren van de koeling goed sluiten. Een koeling waarvan de rubbers niet goed meer sluiten verbruikt tot wel 5% meer energie. Check daarom regelmatig, elke drie maanden, de rubbers die op de deuren van de koeling zitten. Maak ze schoon of vervang wanneer nodig. Heb je een koelcel? Ga dan in de koeling staan en doe het licht uit. Zie je licht langs de randen naar binnen komen? Dan weet je dat je rubbers aan vervanging toe zijn.

2. Onderhoud aan de koeling

Met het gebruik van een koeling komt er warmte vrij, die moet natuurlijk ergens naar toe. Het is van belang dat de condensor (warmteafgifte rooster) dan goed functioneert. Iedere verstoring van een goede doorstroming van de (koudere) buitenlucht zorgt ervoor dat de condensor minder warmte kan afgeven en een lager rendement heeft en dus meer verbruikt.

Regelmatig reinigen (1 x per kwartaal) en periodiek onderhoud voorkomt storingen en kan tot wel 10% besparen op het verbruik van de koeling. Het reinigen kan eenvoudig met een stofzuiger of een zachte borstel. Let er vooral op dat de condensor niet wordt belemmerd door bijvoorbeeld roestvorming, bladeren en overig vuil. Dit heeft een grote impact op het verbruik. Raadpleeg eventueel de installateur waar je bij jouw condensor speciaal op moet letten.

3. Plaatsing van de koeling

Mocht je de mogelijkheid hebben, plaats de koelingen en vriezers zoveel mogelijk in de koude keuken of in de ruimten waar de temperatuur aanzienlijk lager ligt. Koel- en vriesapparatuur moeten hun warmte kwijt en dat lukt beter in ruimten waar de temperatuur lager ligt. Ook is de invloed van warmte uit de omgeving die de koelingen en vriezers in kan stromen een stuk minder. Een koeling met split-unit (warmte deel is dan buiten geplaatst) is beter dan intern warmte afvoeren. 

Heb je deze mogelijkheid niet, bijvoorbeeld door ruimtegebrek? Kies dan kan voor kunststof lamellen in de deuropening van de koel-vriescel. Hiermee voorkom je verlies van koude uit de koel- of vriescel en instroom van warmte in de koel- of vriescel.

4. Afdekken van koelmeubel

Een koeling heeft baat bij een zo constant mogelijke temperatuur. Naast dat hij zo optimaal presteert qua verbruik, blijven ook de producten beter houdbaar. Het zal niet als een verrassing komen dat we adviseren de koeling zo weinig mogelijk te openen. In het dagelijkse gebruik snappen we dat dit een uitdaging kan zijn. Voor producten die je gedurende de dag vaak nodig hebt adviseren we een koelmeubel met een dagafdekking. Met het gebruik van een dagafdekking kun je al zo’n 20% besparen op het verbruik. Combineer je dat met een nachtafdekking kan de besparing oplopen tot wel 50%.

5. Gebruik van keukenapparatuur

Wanneer de keuken wordt geopend wordt vaak alle apparatuur direct aan gezet (verlichting, gasfornuis, ovens, vaatwasser etc.). Dat is begrijpelijk als je in een drukke keuken hebt waar de apparatuur constant in gebruik is en service door blijft lopen. Toch zijn ook hier een aantal slimme besparingen te halen:

  • Instrueer personeel om gaspitten na gebruik consequent uit te zetten. Een simpele, investeringsvrije maatregel die je zo een besparing van 10% op het verbruik oplevert.
  • Dit geldt ook voor Au-bain-marie warmhoud platen, tostigrills, ovens en andere kookplaten die geen lange opwarmtijd hebben. Aan wanneer nodig, uit zodra het kan.
  • Label apparatuur eventueel met de opwarmtijd en instrueer personeel om deze pas aan te zetten wanneer nodig.
  • Zet de vaatwasser in de eco-stand cyclus en gebruik de restwarmte om de vaat te drogen.
  • Dek de frituur af als je hem even niet gebruikt en zet hem, als het mogelijk is, op eco-stand. Zo blijft het vet warm en zet je de frituur als het ware in eco-stand.
  • Let ook op de temperatuur van de frituur. Als je hem lager instelt verbrandt de olie niet en hoef je minder vaak de olie te verversen.

6. Gebruik industrievaatwasser

Slim gebruik van een industrievaatwasser scheelt een stuk in verbruik. Houd de klep dicht en zet de vaatwasser alleen aan als deze vol is. Dat scheelt soms 1 tot 2 uur extra opwarmtijd. Op dagbasis is de besparing niet heel veel maar op jaarbasis kan dit flink oplopen tot zo’n 5% op het verbruik van de vaatwasser.

7. Filters afzuigkap

Vieze filters zorgen voor meer weerstand. Hierdoor moet de afzuigkap harder zuigen en verbruikt hij onnodig meer. Regelmatig vervangen van filters scheelt al snel gemiddeld 5% in het verbruik.

8 Uitzetten overige apparaten

Heb je een sigarettenautomaat of een flipperkast? Door deze apparaten pas aan te zetten als de zaak opengaat en uit te zetten als de zaak gesloten wordt, bespaar je zo’n 5 tot 10% op het verbruik van deze apparaten.

9. Maak een lichtplan

Verlichting bepaalt voor een groot deel de sfeer in de zaak. Maak daarom een goed lichtplan om een optimum tussen aantrekkelijkheid en efficiency te bereiken. Vraag een specialist van je lampenleverancier of breng zelf in kaart waar de verlichting voor sfeer moet zorgen en waar het functioneel moet zijn. Kijk of delen van het pand tijdelijk kunnen worden uitgeschakeld of anders kunnen worden belicht. Tafels aan het raam hebben overdag minder verlichting nodig dan de tafels verderop in de zaak.
Verlichting hoeft bovendien op veel plekken niet constant aan te staan. Met bewegingssensoren zorg je ervoor dat lampen in bijvoorbeeld de toiletten niet constant aan staan.

10. Installeer LED-verlichting

Vanzelfsprekend is het altijd verstandig oudere lampen te vervangen door ledverlichting. Een gemiddelde gloeilamp gebruikt ongeveer 40 Watt en een ledlamp slechts 4 Watt, voor dezelfde hoeveelheid licht. Ledlampen verdienen zichzelf in korte tijd terug, meestal in minder dan een jaar. Met de huidige generatie ledlampen kun je bovendien ook kiezen voor warm licht en ze hebben doorgaans veel meer branduren. Hierdoor gaat de verlichting nog langer mee.

11. Instaleren tijdschakelaar

Met de installatie van een tijdschakelaar voor apparaten en verlichting en dergelijke waarmee je voor elke dag van de week een apart programma kan instellen, bespaar je al gauw 5% op het verbruik. Dit geldt ook voor buitenverlichting. Essentieel om je zaak ook in het donker zichtbaar te maken, maar kan bij inefficiënt gebruik de nodige energieverspilling opleveren. Zorg daarom voor een tijdschakelaar voor de verlichting op de buitengevel. Hiermee bespaar je al snel de helft van het verbruik en na 1 jaar heb je kosten er alweer uit.

12. Instellingen thermostaat en tijdschakelaars

Het is verstandig om regelmatig de instellingen van de thermostaat en tijdschakelaars te controleren. Vaak wordt dit vergeten en instellingen kunnen door personeel gewijzigd zijn of men is vergeten om ze aan te passen als de klok verzet is naar winter- of zomertijd. Houd bij de instellingen ook rekening met feestdagen en verschillende ruimtes. Tip: maak iemand van het personeel hier verantwoordelijk voor.

13. Instelling airco

Het loont om de airco goed in stellen. Zorg ervoor dat er maximaal 5 graden verschil zit tussen de binnen en buitentemperatuur. Hiermee bespaar je al gauw 7% op het verbruik van de airco.

14. Instaleren dranger

Het installeren van een dranger (deurveer) of het ophangen van een gordijn bij de ingang is een kleine investering waarmee je gemiddeld 5% op je verbruik in die ruimte bespaart. Dat verdient zichzelf dus erg snel terug.

15. Terrasheaters

Heaters gebruiken veel stroom of gas. Het loont daarom om bewust om te gaan met het gebruik. Bijvoorbeeld door heaters alleen aan te zetten op de plekken waar gebruik wordt gemaakt van het terras. Als je klanten op je terras wilt lokken, kies er dan voor om eerst 1 heater aan te zetten en als het terras daar vol wordt, kun je heaters bijschakelen.
Wees samen met je klanten bewust. Hang bijvoorbeeld een bordje op waarin je zegt dat uit oogpunt van verbruik en milieu de heaters uit staan, maar aangezet worden als dat gewenst is. Een alternatief voor heaters zijn warmtekussens. Erg comfortabel voor je gasten en veel energiezuiniger.

16. Betrek je personeel

Het verbruiksgedrag van personeel heeft een grote invloed op het energieverbruik. En energie besparen kan je niet alleen. Betrek ze daarom zoveel mogelijk door het energieverbruik bijvoorbeeld in personeelsvergaderingen aan te kaarten of een of meerdere medewerkers voor een specifiek onderdeel verantwoordelijk te maken. Maak ze bewust van de voordelen zoals een gezonder en beter werkklimaat en het bevorderen van verbeterde sociale- en milieuomstandigheden voor gasten. En motiveer ze door targets te stellen en gedrag te monitoren, maar ook door naar hun ideeën te luisteren.

Deel deze pagina