Warmtenetten en warmtebronnen
Vattenfall werkt aan de verbetering van onze warmtenetten en het ontwikkelen van nieuwe warmtebronnen.
Waarmee wordt het water van je stadsverwarming op temperatuur gebracht? Met aardgas, afval, biomassa of iets anders? In het warmte-etiket geven we je per stad of regio, per afzonderlijk warmtenet, inzicht in welke bronnen en brandstoffen worden gebruikt, en voor welk percentage. En de milieueffecten van de geleverde warmte. De cijfers in het warmte-etiket berekenen we aan de hand van een model dat aansluit bij de rapportageverplichting vanuit de warmtewet.
Afvalverbrandingsinstallatie:
Een afvalverbrandingsinstallatie maakt stroom en warmte door het verbranden van afval. Een deel van die warmte is hernieuwbaar. Dat komt doordat het afval papier, houtresten en ongebruikt voedsel bevat.
Biomassa (hout, biogas):
Biomassa is de verzamelnaam van biologisch afbreekbare producten en resten van natuurproducten. Bijvoorbeeld uit de land- en tuinbouw, afvalhout uit bossen, vrijkomende resten bij industriële productie en huishoudelijk gft-afval. Bij de verbranding maken we er stroom en warmte mee.
Zon:
In Almere Noorderplassen maken we voor een deel van de warmte gebruik van zonnecollectoren. Hierin wordt warmte voor het stadswarmtenet door de zon verwarmd.
Koude uit oppervlaktewater:
In delen van Amsterdam Zuidoost en Amsterdam-Zuid leveren we koude en koeling via het stadswarmtenet. Voor deze koeling gebruiken we water uit de Ouderkerkerplas en de Nieuwe Meer.
Gasgestookte ketels (piek/tijdelijk):
Deze ‘hulpketels’ zetten we aan als het erg koud is en er veel vraag naar warmte is. Ook gebruiken we ze als back-up bij onderhoud of storingen in de basiswarmtevoorziening. Ze zorgen ervoor dat er altijd genoeg warmte is.
Gasmotoren (WKK):
Een klein deel van ons warmtenet in Amsterdam-Zuidoost is (nog) aangesloten op een warmtekrachtcentrale die op aardgas draait.
Elektriciteitscentrales (gas):
In een elektriciteitscentrale wordt aardgas verbrand om stoom te maken. Die stoom drijft een turbine aan voor elektriciteit, en een deel tappen we af om warmte te leveren. Daardoor maken we minder stroom, maar de energie wordt efficiënter gebruikt.
Industrie restwarmte:
Dit is restwarmte die vrijkomt bij industriële processen, bijvoorbeeld in de haven van Rotterdam.
Elektriciteit uit het openbare net:
Als er meer (duurzame) elektriciteit is dan op dat moment nodig, gebruiken we deze om water in E-boilers te verwarmen. Die warmte gaat dan in het stadswarmtenet.
Aandeel hernieuwbaar 1):
Dit is het aandeel van de gebruikte energiebronnen dat niet voor extra CO2-uitstoot zorgt.
Aandeel restwarmte 1):
Dit is warmte die vrijkomt bij een ander proces.
CO2-reductie tov HR gasketel / compressiekoeling:
Dit geeft aan hoeveel minder CO2-uitstoot er is doordat gebruik wordt gemaakt van stadswarmte of -koude in plaats van HR-gasketels of traditionele koelapparatuur.
CO2 uitstoot kg/GJ levering:
De hoeveelheid CO2-uitstoot in kilogrammen per gigajoule geleverde warmte.
Warmteverlies:
De hoeveelheid warmte die in het traject van bron naar gebruiker niet als geleverde warmte wordt gerekend.
Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800:
Deze factor geeft aan hoeveel fossiele energie er nodig is om de geleverde warmte te produceren, te transporteren en te leveren. Hoe lager dit getal, hoe beter, want een lage waarde betekent dat er veel gebruik wordt gemaakt van duurzame bronnen.
Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800:
Deze factor geeft aan hoeveel van de geleverde warmte afkomstig is uit duurzame bronnen. Een hogere factor betekent een duurzamer warmtenet, omdat er minder fossiele brandstoffen worden gebruikt voor de opwekking.
Vattenfall werkt aan de verbetering van onze warmtenetten en het ontwikkelen van nieuwe warmtebronnen.