Het warmte-etiket: zo wordt jouw stadswarmte opgewekt
Met welke warmtebronnen en brandstoffen het water voor jouw stadsverwarming wordt verwarmd, verschilt per regio. Het warmte-etiket geeft inzicht in de gebruikte bronnen, de bijbehorende percentages en de milieueffecten.
Hoe wil je het warmte-etiket van 2024 bekijken?
Warmte-etiket 2024 als afbeelding
Warmte-etiket 2024 in tekst
Energiebronnen
• Warmte uit afvalverbranding: 68,0%
• Biomassa: 31,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 1,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 70%
• Aandeel restwarmte1: 17%
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 80,7%
• CO₂-uitstoot: 11,3 kg/GJ
• Warmteverlies: 25%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,15
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,86
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Warmte uit afvalverbranding: 6,0%
• Warmte uit elektriciteitscentrale (gas): 77%
• Gasmotoren (WKK): 4,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up-tijdelijk): 13,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 8%
• Aandeel restwarmte1: 11%
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 53,6%
• CO₂-uitstoot: 27,3 kg/GJ
• Warmteverlies: 20%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,54
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,18
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Koude uit oppervlaktewater: 85%
• Elektriciteit uit openbaar net: 15%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 85%
• Aandeel restwarmte1: –
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 52%
• CO₂-uitstoot: 9,7 kg/GJ
• Warmteverlies: –
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,18
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,85
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Biomassa: 5%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 14,0%
• Warmte uit elektriciteitscentrale (gas): 81,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 9%
• Aandeel restwarmte1: 33%
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 54%
• CO₂-uitstoot: 26,7 kg/GJ
• Warmteverlies: 34%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,53
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,42
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Warmte uit afvalverbranding: 96,0%
• Biomassa: 2,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 2,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 84%
• Aandeel restwarmte1: –
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 79%
• CO₂-uitstoot: 12,1 kg/GJ
• Warmteverlies: 26%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,16
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,84
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Warmte uit afvalverbranding: 94,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 6%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 64%
• Restwarmte1: 13%
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 67%
• CO₂-uitstoot: 19,2 kg/GJ
• Warmteverlies: 36%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,28
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,77
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Warmte uit elektriciteitscentrale (gas): 54,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 46,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: –
• Aandeel restwarmte1: 18%
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 22%
• CO₂-uitstoot: 46 kg/GJ
• Warmteverlies: 25%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,91
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,18
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Warmte uit afvalverbranding: 23,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 60,0%
• Industrie restwarmte: 16,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 12%
• Aandeel restwarmte1: 15%
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: –5%
• CO₂-uitstoot: 61,7 kg/GJ
• Warmteverlies: 22%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 1,05
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,26
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Biomassa: 89,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 11,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 86%
• Aandeel restwarmte1: –
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 79%
• CO₂-uitstoot: 12,4 kg/GJ
• Warmteverlies: 40%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,24
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,86
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Energiebronnen
• Biomassa: 83,0%
• Gasgestookte ketels (piek en back-up/tijdelijk): 17,0%
Milieugevolgen
• Aandeel hernieuwbaar1: 79%
• Aandeel restwarmte1: –
• CO₂-reductie t.o.v. HR gasketel/compressiekoeling: 71%
• CO₂-uitstoot: 16,6 kg/GJ
• Warmteverlies: 32%
• Primaire energiefactor (fpdel) volgens NTA8800: 0,33
• Hernieuwbare energiefactor (fpren) volgens NTA8800: 0,79
1 Berekeningswijze conform ‘Rapportageformat Duurzaamheidsrapportage voor leveranciers in het kader van de Warmtewet’
Veelgestelde vragen
Afvalverbrandingsinstallatie
Een afvalverbrandingsinstallatie maakt stroom en warmte door het verbranden van afval. Een deel van die warmte is hernieuwbaar. Dat komt doordat het afval papier, houtresten en ongebruikt voedsel bevat.
Biomassa (hout, biogas)
Biomassa is de verzamelnaam van biologisch afbreekbare producten en resten van natuurproducten. Bijvoorbeeld uit de land- en tuinbouw, afvalhout uit bossen, vrijkomende resten bij industriële productie en huishoudelijk gft-afval. Bij de verbranding maken we er stroom en warmte mee.
Zon
In Almere Noorderplassen maken we voor een deel van de warmte gebruik van zonnecollectoren, zoals vermeld in ons warmte-etiket. De zon verwarmt het water, wat geleverd wordt aan het stadswarmtenet.
Koude uit oppervlaktewater
In delen van Amsterdam Zuidoost en Amsterdam-Zuid leveren we koude en koeling via het stadswarmtenet. Voor deze koeling gebruiken we water uit de Ouderkerkerplas en de Nieuwe Meer.
Gasgestookte ketels (piek/tijdelijk)
Deze ‘hulpketels’ zetten we aan als het erg koud is en er veel vraag naar warmte is. Ook gebruiken we ze als back-up bij onderhoud of storingen in de basiswarmtevoorziening. Ze zorgen ervoor dat er altijd genoeg warmte is.
Gasmotoren (WKK)
Een klein deel van ons warmtenet in Amsterdam-Zuidoost is (nog) aangesloten op een warmtekrachtcentrale die op aardgas draait.
Elektriciteitscentrales (gas)
In een elektriciteitscentrale wordt aardgas verbrand om stoom te maken. Die stoom drijft een turbine aan voor elektriciteit, en een deel tappen we af om warmte te leveren. Daardoor maken we minder stroom, maar de energie wordt efficiënter gebruikt.
Industrie restwarmte
Dit is restwarmte die vrijkomt bij industriële processen, bijvoorbeeld in de haven van Rotterdam.
Elektriciteit uit het openbare net
Als er meer elektriciteit is dan op dat moment nodig, gebruiken we deze om water in E-boilers te verwarmen. De warmte, die hierbij ontstaat, leveren we dan aan het stadswarmtenet.
Aandeel hernieuwbaar 1)
Dit is het aandeel van de gebruikte energiebronnen dat niet voor extra CO2-uitstoot zorgt.
Aandeel restwarmte 1)
Dit is warmte die vrijkomt bij een ander proces.
CO2-reductie tov HR gasketel / compressiekoeling
Dit geeft aan hoeveel minder CO2-uitstoot er is doordat gebruik wordt gemaakt van stadswarmte of -koude in plaats van HR-gasketels of traditionele koelapparatuur.
CO2 uitstoot kg/GJ levering
De hoeveelheid CO2-uitstoot in kilogrammen per gigajoule geleverde warmte.
Warmteverlies
De hoeveelheid warmte die in het traject van bron naar gebruiker niet als geleverde warmte wordt gerekend.
Primaire energiefactor (fPdel) volgens NTA8800
Deze factor geeft aan hoeveel fossiele energie er nodig is om de geleverde warmte te produceren, te transporteren en te leveren. Hoe lager dit getal, hoe beter, want een lage waarde betekent dat er veel gebruik wordt gemaakt van duurzame bronnen.
Hernieuwbare energiefactor (fPren) volgens NTA8800
Deze factor geeft aan hoeveel van de geleverde warmte afkomstig is uit duurzame bronnen. Een hogere factor betekent een duurzamer warmtenet, omdat er minder fossiele brandstoffen worden gebruikt voor de opwekking.
De cijfers in het warmte-etiket berekenen we aan de hand van een model dat aansluit bij de rapportageverplichting vanuit de Warmtewet.
Het warmte-etiket toont gegevens van het voorgaande jaar. We publiceren het meestal in mei of juni.