Inductie of keramisch koken?
Steeds meer mensen koken op inductie. Maar wat is het verschil tussen inductie en keramisch?
Koken op inductie is even wennen. Je regelt de temperatuur snel. Een groot voordeel is dat de kookplaat eenvoudig schoon te maken is. Er gaat bijna geen warmte verloren bij het koken op inductie. Want inductie verwarmt alleen de pan. Niet alle pannen werken op inductie. In de pan moet een elektrische laag zitten. Oudere pannen test je door er een magneetje tegen te houden.
Keramisch koken heeft nadelen ten opzichte van inductie koken. De plaat reageert vrij traag, de kookzones worden heet, en je pannen moeten een perfect gladde bodem hebben. Eten dat naast de pan belandt, brandt wat sneller in (ook onhandig als een pan overkookt). Keramische kookplaten en halogeenkookplaten verwarmen niet alleen de pan maar de hele kookzone. En ze blijven na gebruik lang nagloeien (restwarmte). Daardoor gaat er meer energie verloren dan bij een inductiekookplaat.
Een keramische kookplaat is een goede keuze als je gevoelig bent voor elektromagnetische velden. Heb je een pacemaker? Overleg dan met de pacemakertechnicus/cardioloog of je een inductie kookplaat mag nemen. Zo’n plaat kan soms de instelling van je pacemaker veranderen. Een keramische plaat geeft géén elektromagnetisch veld en is dus veilig voor je pacemaker (bron: Milieu Centraal).